Oldtimer en twee linker handen?

Tim Vervoort
8 min readJan 24, 2020

Van kinds af aan wilde ik altijd al een Volkswagen Kever hebben. Waarschijnlijk komt het door de Disney films van Herbie, de Kever nummer 53 met een persoonlijkheid, of de Duitse film DuDu. Wie zal het zeggen.

Eén ding is altijd zeker geweest; ik moest en zou ooit een Volkswagen Kever bezitten. Toen ik midden 2016 voor mezelf een verjaardagscadeau kocht, mijn eerste wagen, heb ik dan ook gekozen voor mijn droomauto: een VW Kever.

Een dikke twee jaar heb ik gezocht naar het ideaal autootje. Al van voor ik een rijbewijs zat ik rond te kijken op diverse tweedehands websites. Wegens praktische redenen toen toch maar gewacht tot ik mijn rijbewijs en een staanplaats zou hebben.

California Kever

Begin 2016 kwam ik online een prachtige kever tegen. Deze was kersrood en wit gespoten met een matching duotone interieur. De wagen was omgebouwd naar een pre-60 look en had ook nog eens een open dak. De prijs was rond de €5000, iets wat niet te veel leek voor een wagen in zo een mooie cosmetische staat. Ik wilde heel graag gaan voor deze, maar na een hele hoop opzoekwerk heb ik uiteindelijk toch verder gezocht. Waarom? De wagen was helemaal omgebouwd naar een ouder model. Deze modificaties zouden er voor zorgen dat de Kever enkel als oldtimer gekeurd kan worden. Ook al is de oldtimer wetgeving gewijzigd, het biedt toch nog net wat te veel beperkingen. Een van die beperkingen is dat een oldtimer niet gebruikt mag worden voor woon-werk en woon-school verkeer.

Spaarkever

Een half jaar later, midden 2016, kwam ik online een knal oranje spaarkever tegen. Deze wagen werd verkocht door een garage die meerdere Kevers te koop heeft staan. Kopen bij een garage gaf me toch wat meer vertrouwen dan bij een particulier. De verkoper bevindt zich in Schijndel. Eind juli 2016 er naar toe gereden, een testrit gemaakt en ik was helemaal verkocht.

Invoeren

De wagen is origineel Nederlands en moest dus eerst ingevoerd worden in België. Dit is een simpel en snel proces. Via het kantoor in Munsterbilzen ongeveer een euro betaald en een kwartier later was de wagen ingevoerd.

Er waren twee opties om de wagen tot in België te krijgen. Enerzijds kon de plaat van onze dagelijkse personenwagen tijdelijk op de Kever gezet worden (mitst dit eerst met de verzekering te bespreken) en anderzijds via een oplegger. Ik heb gekozen voor de tweede optie, de Kever laten brengen op een trailer.

Homologatie

Doordat de wagen Nederlands is en ingeschreven zou worden als een voertuig voor dagelijks gebruik is een homologatie attest noodzakelijk. Dit attest werd niet uitgereikt in het buitenland en moest dus verkregen worden via de keuring.

Na een kort nazicht bij de garage de wagen laten keuren. De wagen werd vrij snel afgekeurd. De oorzaken: de wagen lekt koelvloeistof (luchtgekoelde motor…) en de gordels zijn niet origineel en moesten verwijderd worden. Daarnaast zat er wat speling op de stuurhut. Na deze keuring van een dikke honderd euro toch gevraagd voor een grondig nazicht bij een lokale garage. Toen kwamen de eerste verassingen boven water.

Restauratie

De restauratie kon beginnen. Jammer genoeg heb ik twee linker handen dus ik moest de restauratie uitbesteden. Gelukkig kent mijn vader een garagist die zeer schappelijk is van prijs en ervaring heeft met oudere voertuigen.

Buiten wat cosmetische onvolmaaktheden (beetje roest op de wieldoppen en bumpers) zag de wagen er perfect uit aan de buitenkant. Na de wielkappen te verwijderen kwam er een onaangename verrassing aan het licht. De steunpunten warden bijna volledig doorgeroest. Vreemd dat men dat niet gezien had op zowel de Belgische als Nederlandse keuring.

Ook die wieldoppen bleken vrij rot te zijn, samen met de treeplanken en spatborden. Dit moest dus vervangen worden. Er waren ook een paar kleine blaasjes in de lak. Ik heb dan maar besloten om de wagen volledig opnieuw te laten spuiten in de originele oranje kleur. Tijdens het schuren bleek dat de kofferklep niet origineel is, er zaten maar liefst 7 verschillende laklagen (en kleuren) op.

Tenslotte eiste de keuring ook een achter mistlicht. Dit hebben we dan laten plaatsen. Een achteruitrijd licht is blijkbaar niet nodig.

Homologatiekeuring, poging 2

De tweede poging is het gelukkig wel gelukt. Maar goed, want de keuring was telkens zowat honderd euro en de huur van de Z-platen opnieuw een honderd euro. De keuring alleen heeft dus al een vierhonderd euro gekost.

Nummerplaat

Na de keuring moest de nummerplaat aangevraagd worden. Op de tweede homologatiekeuring werd ook een aanvraag attest bijgevoegd. Hiermee onmiddellijk naar Alken gegaan en ‘s anderendaags lag de nummerplaat in de brievenbus. Veel sneller dan dat men aan de kassa vertelde, daar zeiden ze dat het een week zou duren daar het om een buitenlands voertuig ging. Toch een meevaller.

Iets wat minder voor de hand lag was de juiste nummerplaathouder vinden, blijkbaar is het vierkante formaat niet zo eenvoudig te vinden bij de meeste winkels. Uiteindelijk toch een shop gevonden op de baan naar Diest die dit aanbood. Ook nog een voorste plaats laten bijmaken en klaar om de baan op te gaan.

Tanken

De Kever kan enkel rijden op 98 (E5) benzine. De 95 (E10) zou de leidingen op termijn beschadigen zegt men. Daarnaast wordt aangeraden om regelmatig een loodvervanger toe te voegen na een tankbeurt. Ik doe dit een beurt wel, de andere niet. Dit is niet zo duur. Voornamelijk het tanken is duur. Het verbruik van de Kever schommelt tussen de lente en herfst tussen de acht en tien liter afhankelijk van het verkeer.

De wagen heeft een tank van 30 liter, op papier zou een radius van 300 km dus mogelijk zijn. Echter vertrouw ik de vlotter niet (die werkt alleen als ‘ie er zin in heeft) dus rijd ik gemiddeld 150 km tussen elke tankbeurt en heb ik een gevulde jerrycan van vijf liter in de koffer liggen.

Rijden

Je zou verwachten dat zo’n oldtimer het verkeer zou ophouden. Dit blijkt in de praktijk niet het geval te zijn. Uiteraard word je op wegen waar je 90 of meer mag voorbijgestoken tijdens het optrekken. Maar als je wat geduld hebt kan je evenzeer het snelheidslimiet rijden.

Soms is het zelfs opletten om niet geflitst te worden.

Ik heb er al mee op de Antwerpse ring gereden, zowat heel Limburg afgereden. Je geraakt overal.

Binnen de bebouwde kom is de Kever zowat even snel als het andere verkeer. Optrekken gaat zelfs vlotter dan de meeste sms’ende chauffeurs. Links rijden is dan ook geen probleem.

Autosnelweg is doenbaar, de oprit is wat kort, maar tot dusver geen problemen gehad. De topsnelheid varieert met de temperatuur en de kwaliteit van de benzine. Een goedkoper merk benzine en een koude dag geeft een topsnelheid van 120 km per uur, een warme dag met duurdere benzine gaat al tot 135 km per uur.

Op zowat elk forum waarschuwt men voor de trommelremmen, dat je veel afstand moet bewaren. Dit klinkt allemaal erger dan dat het feitelijk is. Met terug te schakelen sta je perfect op tijd stil. Het afstellen gaat volgens de garagist wat moeilijker dan bij schijfremmen. Maar hier merk ik niets van. De wagen trekt nooit opzij tijdens het rijden of remmen. Alleen wanneer je met vier in de auto zit moet je toch opletten met de remafstand. Daarnaast is er geen ABS dus opletten tijdens regenval is wel de boodschap. Ik ben al eens geslipt op een rotonde. Dat is toch even spannend.

De Kever heeft geen servostuur. Eenmaal je dit gewend bent is er weinig verschil. Je kan evenzeer met één hand rijden of een scherpe bocht nemen met twee handen. Enkel het inparkeren is wat intensiever, maar ook dat kan allemaal perfect. Tegenwoordig geef ik zelfs de voorkeur aan dit grote stuur.

Lawaai is ook heel kenmerkend. Je kan niet in stilte thuiskomen ‘s avonds. Vanaf 80 km per uur is het ook niet mogelijk om nog normaal te converseren in de wagen. Handsfree bellen heeft weinig zin, zelfs niet op een stationair toerental.

De vering is ook iets bijzonders. Heuveltjes moet je met 30 km per uur nemen. De enige vorm van vering zit in de zetels die trouwens geweldig zitten.

Verwarming

Er is verwarming in de wagen. Echter heeft dit bijna geen effect (heel het circuit werd vervangen).

Daarnaast is de luchtstroom vrij zacht. Zonder extra maatregelen zullen de ruiten gegarandeerd aanwasemen. Hiervoor bestaan wel middelen: goed poetsen, speciale producten of een vocht absorbeerder. Ik gebruik alle drie de methoden en heb er sinds dien geen last meer van. De handdoek die aan het rood licht gebruikt werd om de ramen schoon te vegen ligt nu weer opgeborgen.

Laatste winter nog een heel spannende nacht rit meegemaakt. Het was heel hevig aan het misten. “Kans op aanvriezende mist” zei het weerbericht. Om de 10 km moest ik de wagen aan de kant zetten, de mist vroor gewoon aan op de voorruit waardoor je gewoon niets kon zien. Voorruit verwarming zou geen overbodige luxe zijn.

Verlichting

De originele lichten zijn eigenlijk veredelde kaarsen. Eigenlijk is dat levensgevaarlijk. Dit is dan bij een 12 V uitvoering, laat staan 6 V. Op aanraden van mijn garagist dan H4 lampen laten plaatsen en bijhorende — veel te dure — spiegels en lenzen. Nu is de lichtbundel vergelijkbaar met moderne voertuigen. In het pikkedonker rijden is nu wel doenbaar. Daarnaast is het verplichte mistlicht achteraan zeker geen overbodige luxe. Af en toe gebruik ik het mistlicht zelfs als achteruitrijlicht (wat niet aanwezig is) om eenvoudiger te kunnen inparkeren.

Gratis opties

De kever heeft ook enkele leuke features waarvoor je bij moderne wagens moet bijbetalen. Een hiervan is een start-stop systeem. In de wintermaanden heeft de Kever de neiging om stil te vallen tijdens het remmen zolang de motor niet warm is of wanneer je op hoge snelheid snel moet afremmen. Dit vraagt wat oefening, maar er valt mee te rijden. — Na wat beter afstellen van de motor is deze feature inmiddels niet meer te bespeuren.

Onderhoud

De Kever moet regelmatig op onderhoud. Net zoals vroeger om ongeveer de 2.500 km. Voor mij wil dat zeggen drie tot vier keer per jaar. De prijs hiervan valt goed mee. Alleen olie moet regelmatig vervangen worden en de platines moeten afgesteld worden.

Update: inmiddels zijn de platines vervangen door een elektronische ontsteking. Sindsdien rijdt de wagen ook veel vlotter!

Kostenplaatje

Op de terugkerende kosten na was de volledige aankoop even duur als een moderne wagen. Op het tanken na is de verzekering wel een pak goedkoper. Wanneer men opteert als inschrijving als oldtimer is dit zelfs nog veel goedkoper.

  • Aankoop wagen: €5.200
  • Transport naar België: €100
  • Invoeren in België €1
  • Keuring & Z-platen: €400
  • Onderdelen: €3.000
  • Restauratie: €3.800
  • Verzekering: €34/maand
  • Overdekte staanplaats: €58/maand

Conclusie

Heb ik spijt van mijn aankoop? Nee, absoluut niet. De kleine nadelen moet je er bij nemen. Maar hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze met hun droomauto rijden? Wel ben ik van plan om op termijn een modernere wagen aan te schaffen voor dagelijks gebruik. Dit vooral om meer bagage te kunnen laden en om langere afstanden te kunnen doen.

--

--

Tim Vervoort

Master Computer Science and video producer based in Hasselt, Belgium.